1 Koningen 19:19-21 en Lucas 9:51-62

Exegetische schets, verschenen in De Eerste Dag, jaargang 2004, nr 3.

Terug naar het overzicht



In beide lezingen is er sprake van mensen die geroepen worden, een meester te volgen. Het is goed denkbaar dat Jezus’ woorden, door Jezus zelf of door de overlevering, op de Elia-Elisatraditie gestileerd zijn. Er is immers meer in de evangeliën dat aan Elia en Elisa herinnert, zoals de broodvermenigvuldiging en de opwekking van een gestorven kind. Er zijn treffende overeenkomsten tussen beide teksten: in het kader van de roeping tot leerling komt het afscheid nemen van de familiekring ter sprake, en het beeld van de ploeger speelt een rol.

Het verhaal over de roeping van Elisa is zeer compact. Elisa loopt bij het achterste van twaalf span ossen die aan het ploegen zijn. Ik neem aan dat bedoeld wordt, dat hij het opzicht heeft over een team van ploegers. Zoals Jezus in de Lucas-tekst zegt, heeft de ploeger zijn arbeid vóór zich en moet hij vooral niet omkijken. De leider moet dus ook zijn personeel vóór zich houden om te zien wat er gebeurt. Het twaalftal en het beeld van de ploeg kunnen aanduiden, dat Elisa de aangewezen man is om de weerbarstige grond van het volk Israël open te leggen, met kracht en scherpte, voor het zaad van Gods waarheid.

Elia werpt Elisa zijn profetenmantel toe. Hoe sprekend ook, het is een uitermate stug gebaar, vooral als Elia vervolgens ontkent dat hij Elisa iets gevraagd heeft. Zo wordt in ieder geval duidelijk dat Elisa zelf tot zijn besluit komt. De mannen zijn in krachtige gebaren aan elkaar gewaagd: Elisa neemt afscheid van zijn omgeving met een maaltijd, waarvoor hij zijn span ossen slacht en zijn ploeghout verstookt. Als je bedenkt dat het Hebreeuwse woord voor rund (bakar) afgeleid is van ‘ploegen’, wordt hier in een soort communieviering de arbeid van het ploegen ‘geïnternaliseerd’. Tegelijkertijd neemt Elisa onherroepelijk afscheid van zijn oude leven door zijn gereedschap op te souperen.

Wie de verdere verhalen kent, weet dat Elisa de profetenmantel pas veel later definitief zal krijgen: als hij gevraagd heeft om een dubbele portie van Elia’s geest, en als Elia vervolgens ten hemel vaart (2 Koningen 2). Ook de verbinding van hemelvaart en Pinksteren lijkt de Lukaanse Jezus-traditie dus met de Elia-Elisatraditie gemeen te hebben.

In Lucas 9 gaat het evenals bij Elisa om de beslissing om alles achter te laten en volgeling te worden, zodat de missie van de Meester zal worden voortgezet en verder gebracht. Wat in 1 Koningen 19 in die éne volgeling geconcentreerd was, wordt hier over drie kandidaten verdeeld. De eerste komt zichzelf aanmelden, de tweede wordt door Jezus geroepen. De woordenwisseling met de derde doet het meest aan de roeping van Elisa denken, omdat hier zowel het afscheid nemen van de familie als het beeld van de ploeger een rol spelen. Maar terwijl bij Elisa het afscheid voorgesteld wordt als een radicale daad, lijkt het erop dat Jezus zelfs de gedachte aan een afscheid afwijst.

Het lijkt me geraden om in de prediking voorzichtig om te gaan met het gegeven van de radicale roep tot navolging. Charismatische leiders, zoals Heinrich van Geene van het Efraïm-genootschap die zichzelf als de teruggekeerde profeet Elia ziet, brengen mensen ertoe om volledig te breken met hun omgeving. Los van de vraag of Van Geene’s profetieën kloppen, ervaren we de manier waarop hij mensen uit hun familiekring wegroept als volstrekt immoreel. Van iemand die vandaag zegt dat ‘de doden hun doden maar moeten begraven’ geloven we niet dat hij het goed met mensen voorheeft. Hoe moeten we deze woorden van Jezus dan in de verkondiging laten gelden?



Een belangrijk gegeven is, dat zowel Elisa als de leerlingen van Jezus geroepen worden tot dienst, ten goede van het volk waaruit ze worden weggeroepen. Ze worden niet uit een verloren wereld gered, maar apart genomen om een bijzondere dienst aan die wereld te verrichten. Elisa’s afscheidsmaal symboliseert die blijvende betrokkenheid, als een communieviering waarmee ook de achterblijvers in de roeping inbegrepen worden.

Als we de drie woordenwisselingen van Jezus met zijn leerlingen langslopen, zien we dat het volgelingschap niet als een ideaal, maar als een noodzakelijke dienst wordt gepresenteerd. Aan de eerste leerling, die zichzelf aanbiedt, houdt Jezus voor dat hij geen thuis meer zal hebben. Hij verheerlijkt niet het zwervende bestaan: het is, evenals in het geval van Elia, allerminst het goede leven. Het is afzien, met het oog op heil voor heel het volk.

Het verzoek van de tweede om eerst zijn vader te mogen begraven, veronderstelt m.i. niet dat deze vader reeds gestorven is. De geroepene wil volgen, maar pas als hij de handen vrij heeft. Je kunt het vergelijken met plannen die wij tegenwoordig maken voor ‘als de kinderen de deur uit zijn’ of ‘als ik maar eenmaal met de VUT ben’. De aaneenschakeling van sociale verplichtingen wordt door Jezus voorgesteld als een dodendans die wel altijd door zal gaan, maar iemand moet eruit stappen om, juist voor allen die in deze tredmolen lopen, het leven te verkondigen.

Als de derde leerling verlof vraagt om afscheid te nemen van zijn ouders, doet Jezus zijn finale uitspraak over het ploegen. Ik ben geneigd die uitspraak eerder te lezen als ‘Ga maar, bedenk alleen wél ...’ dan als ‘Niets ervan, want ...’. Volgens enkele zeer oude handschriften sprak Jezus deze woorden overigens niet ‘tot hem’, dus eerder als maxime dan als concreet antwoord. Het is wél een belangrijke correctie van de blikrichting. Aangezien het Koninkrijk van God niet tot ons komt vanuit onze traditionele bindingen, maar van tegenover, uit de toekomende tijd, moeten we ons niet oriënteren aan datgene wat we hebben en waaruit we stammen. Juist om recht te doen aan de wereld die ons voortbracht, moeten we onze blik verankeren aan de horizon. Wie de blik hecht aan de grond die hij bouwrijp wil maken, kan geen rechte voren trekken en kan dus ook die grond niet verder helpen. Ik ben vooral benieuwd, wat deze maxime van Jezus voor ons gemeentebeleid zou kunnen betekenen.


Piet van Veldhuizen

Terug naar het overzicht