Korte avondmaals-meditaties

Piet van Veldhuizen

In deze teksten worden voor kinderen en volwassenen aspecten uitgelegd van de avondmaalsviering, zoals die maandelijks gehouden wordt in de protestantse Immanuelkerk in Rotterdam. In 2004 en 2005 werd aan het begin van elke kerkdienst met avondmaalsviering één van deze teksten gelezen.

Terug naar de hoofdpagina

Vandaag vieren we weer het Avondmaal.

Daar hebben de diakenen een brood voor in stukjes gesneden. Iedereen die meedoet krijgt een stukje. Als we zouden willen puzzelen, zoude we van al die stukjes weer een heel brood kunnen leggen. Maar in plaats daarvan eten we allemaal een stukje op. Dat hele brood zit dan in ons allemaal. Het is een teken dat we bij elkaar horen. Wij allemaal samen zijn ook een soort legpuzzel, een legpuzzel van God. Er kan geen enkel stukje gemist worden.

Vandaag vieren we weer het Avondmaal.

Thuis eet je vast heel vaak zonder erbij na te denken. Bij het Avondmaal krijg je maar heel weinig eten, maar je denkt er extra bij na. Je krijgt een stukje brood, en als je het opgegeten hebt, komt de kracht van dat brood overal in je lichaam terecht, in je handen en je voeten, in je hart en je hersens. Je neemt een slokje wijn en je voelt hoe de warmte van die wijn door je heen gaat. Jezus zei: zo geef ik mezelf aan jullie, zo wil ik in jullie werken. Het brood is een teken van mijn kracht, de wijn is het teken van mijn liefde. Ik ben bij God, maar ik lééf in jullie.

Vandaag vieren we weer het Avondmaal.

We lopen in een lange rij door de kerk, om een stukje brood te krijgen en een slokje wijn. Het is één grote zingende optocht. We spelen zo allemaal samen dat we onderweg zijn, en dat God ons onderweg in leven houdt. Het is mooi dat de rij zo lang is. Je kunt je voorstellen dat alle mensen die er nu niet meer zijn, vóór ons in die rij liepen, en de mensen die nog niet geboren zijn, komen na ons in de optocht, allemaal zingend voor God. Want eigenlijk is heel je leven een soort onderweg-zijn. Het brood en de wijn van het Avondmaal laten zien, dat je onderweg kracht van God krijgt en zijn liefde voelt. Het is ook een teken dat je welkom bent, als je aan het einde van de weg thuiskomt bij God.

Vandaag vieren we weer het Avondmaal.

We denken aan die keer dat Jezus afscheid nam van zijn leerlingen. Hij deelde stukken brood uit en hij gaf de beker rond, alsof hij zeggen wilde: weet je nog wat we afgesproken hebben? Ik ben er voor jullie en jullie zijn er voor mij.

Als bij ons iemand voor lange tijd weggaat, nemen we ook weleens afscheid met een etentje. Door samen te eten voel je dat je bij elkaar hoort. Vaak houd je dan ook allemaal de beker omhoog en neem je een slok, als teken dat je allemaal samen aan hetzelfde denkt.

Nu begrijp je ook waarom we het Avondmaal altijd pas aan het einde van de kerkdienst vieren. Het is een afscheidsmaal. Daarna gaan we allemaal naar huis om te doen wat we afgesproken hebben: de liefde van God in ons laten werken, en ons gedragen als echte leerlingen van Jezus.

Vandaag vieren we weer het Avondmaal.

Deze keer doen we het niet lopend in een lange rij, maar zittend aan een lange tafel. Stel je voor dat alle mensen die gestorven zijn, op het grote feest bij God aan lange tafels zitten, om te vieren dat ze bij God thuisgekomen zijn en dat het altijd vrede is. Daar zitten ze in lange vrolijke rijen, de hele hemel vol - maar één tafel steekt buiten de hemel uit. Die staat hier, en wij gaan er aan zitten, heel even maar, voor dat éne stukje brood en dat éne slokje wijn. Om alvast te voelen dat we welkom zijn bij God. En dat het feest in de hemel voor ons misschien nog vér weg is, maar we horen er toch al bij.

Vandaag vieren we weer het avondmaal.

In de kerk gaat bijna alles met woorden. We lezen uit de bijbel, we bidden, we zingen liederen: allemaal woorden. En wat ik nu sta te zeggen, dat zijn ook allemaal woorden. Als we avondmaal vieren, gaan we als het ware uitspelen wat al die woorden betekenen, zodat je het kunt voelen. Je staat op: ik wil er graag bij horen. Je loopt in de rij met alle kinderen van God. Je houdt je hand op: ik wil graag de kracht en de liefde van God ontvangen. Je eet het brood en drinkt de wijn: de kracht en de liefde van God komen echt binnen in je. Het is een spel, maar het is geen doen-alsof. Het is echt zoals Jezus het heeft bedoeld.

Vandaag vieren we weer het Avondmaal.

Over zeven weken is het Paasfeest. Voordat we dat feest gaan vieren, zullen we zes zondagen lang denken aan Jezus: hoe hij verraden werd en veroordeeld, bespot en geslagen en gekruisigd. Vlak voordat dit allemaal gebeurde heeft Jezus met zijn vrienden een maaltijd gehouden. Aan het eind van de maaltijd, toen ze al bijna weggingen, pakte Jezus een broodje en scheurde het in stukken, zo dat iedereen een stukje had. Denk daar maar aan, zei hij, bij alles wat er gaat gebeuren: zo deel ik mijn leven aan jullie uit. En dat uitdelen - dat gebeurt in het Avondmaal nog steeds.

Stel je voor, je hebt ruzie met je moeder gehad, of je hebt iets stoms gedaan, en je bent naar je eigen kamer gestuurd. Na een hele poos wil je wel weer eens je kamer uit, maar je weet niet of je moeder nog boos op je is. Misschien gaat ze wel heel hard tegen je te keer als ze je door het huis ziet lopen. Dus je blijft nog maar even op je bed zitten. Maar dan roept je moeder je: kom, ik heb iets te drinken en te eten voor je klaarstaan. Als je dat hoort, weet je dat je nergens meer bang voor hoeft te zijn. Je kunt weer gewoon met elkaar praten en je bij elkaar thuis voelen. In het avondmaal roept God ons allemaal: kom, ik heb iets te drinken en te eten voor je klaarstaan.

Vandaag vieren we weer het avondmaal.

In onze kerk eten we dan allemaal een klein stukje wittebrood, als teken dat we als kinderen van God bij elkaar horen. Eigenlijk zou je net zo goed ook bruinbrood kunnen nemen, of matzes, of kleine ronde stukjes ouwel zoals in sommige andere kerken. Als het maar komt van de graankorrel, die zich in de grond liet begraven zodat er koren kon groeien, dat zich weer liet vermalen zodat het brood kon worden. Dat is een teken van Jezus die zich gegeven heeft voor ons, en van ons die onszelf geven aan elkaar. En dat wittebrood? Weet je, toen zestig jaar geleden de oorlog bijna over was en iedereen honger had, werden er uit vliegtuigen broden en zakken meel over ons land gestrooid, om ons te helpen. Voor die tijd hadden we zulk wittebrood helemaal niet in Nederland. Daarom is wittebrood, voor de mensen die dat hebben meegemaakt, nog steeds het brood uit de hemel.

Vandaag vieren we weer het avondmaal.

Toen Jezus de maaltijd vierde, gaf hij aan het einde een beker rond waar iedereen uit dronk. Dat was niet omdat ze maar één beker hadden. Tijdens het eten had iedereen vast wel zijn eigen beker. Maar dat ze aan het einde allemaal uit één beker dronken, was een teken van verbondenheid. Jezus bedoelde: Ik wil dat jullie zo allemaal samen mijn liefde en levenskracht ontvangen. Vandaar dat wij ook in onze kerk bij het Avondmaal samen uit grote bekers drinken.

In sommige kerken wordt bij het Avondmaal witte wijn gebruikt, omdat dat de allerzuiverste wijn is. Wij gebruiken rode wijn, omdat die doet denken aan bloed, en het bloed is als het ware de levenskracht die Jezus niet voor zichzelf wilde houden maar uit wilde delen. In één van onze bekers zit trouwens druivensap, zodat ook mensen die geen wijn lusten of mogen hebben, mee kunnen doen. Want de levenskracht van onze Heer is niet voor fijnproevers, maar voor iedereen die het wil ontvangen.

Vandaag vieren we weer het avondmaal.

Wat gek eigenlijk, dat we het een avondmaaltijd noemen, terwijl we het hier in de kerk altijd ‘s morgens vieren. Zou het soms het maal van gisteravond zijn, dat we vanmorgen alleen restjes krijgen? Er is alleen nog wat brood over – het is te weinig om iedereen een boterham te geven. En wijn is er nog, maar drink niet teveel want dan komen we tekort.

Nee, er was hier gisteravond geen feestmaal waar wij de restjes van krijgen. Maar het is wél een mooi idee dat wij ‘s morgens eten van de maaltijd die Jezus ‘s avonds met zijn leerlingen heeft gehad. Jezus ging na dat avondmaal de nacht in, de griezelnacht van de dood. Wij weten dat hij uit die nacht is opgestaan, dwars door de dood heen, en we vieren dat hij zijn levenskracht aan ons uitdeelt. We vieren het avondmaal, maar de nieuwe morgen is al gekomen.

Vandaag vieren we weer het avondmaal.

We lopen elke keer dezelfde route: langs de lange tafel, eerst langs de dominee met het brood en dan naar de diakenen met de wijn, en daarna gaan we naar onze plaatsen terug. Zo lopen we allemaal in optocht tussen de doopvont en de avondmaalstafel door. Dat is niet toevallig, want doop en avondmaal horen bij elkaar. Bij de doop word je van buiten aangeraakt met water. Bij het avondmaal word je van binnen aangeraakt met wijn en brood. Want sommige dingen kun je niet met woorden zeggen. Als je geen woorden hebt om tegen iemand te zeggen, dan is soms een aanraking genoeg om te laten voelen dat je om elkaar geeft. Zo raakt God ons leven aan, van buiten met de doop en van binnen met het avondmaal. Omdat Hij

meer om ons geeft, dan je met woorden zeggen kan.



Terug naar de hoofdpagina